Het IJmuiden-complex en de nieuwe zeesluis
Het IJmuiden-complex bestaat uit een aantal schutsluizen en een spui‑ en gemaalcomplex en vormt een belangrijke schakel in het waterbeheer van Nederland. De sluizen maken deel uit van de primaire waterkering en zorgen ervoor dat schepen veilig en vlot kunnen varen van de Noordzee via het Noordzeekanaal naar Amsterdam en verder het achterland in. Dit complex speelt ook een rol in de waterhuishouding voor West‑Nederland, met voorzieningen zoals vispassages en het grootste gemaal van Europa.
Een belangrijk onderdeel van dit complex is de nieuwe zeesluis, geopend op 26 januari 2022. Deze sluis is met 500 m lengte, 70 m breedte en 18 m diepte niet alleen de grootste zeesluis ter wereld, maar ook ontworpen om de scheepvaart op het Noordzeekanaalgebied toekomstbestendig te maken. Doordat schepen steeds groter zijn geworden en de oudere Noordersluis uit 1929 niet meer voldeed, was een nieuwe, grotere sluis noodzakelijk om het verkeer 24/7 getijdeonafhankelijk te laten verlopen en de bereikbaarheid van de Amsterdamse havenregio voor de komende 100 jaar te waarborgen.
Kostenramingen en scenario’s
Wil beoordeelt de opgestelde kostenramingen en toetst deze aan de projecteisen. Zijn bijdrage zorgt ervoor dat het team inzicht heeft in de financiële risico’s en de haalbaarheid van verschillende scenario’s, zodat keuzes goed onderbouwd kunnen worden.
Begin 2025 stelde hij een eerste raming op voor het spui- en gemaalcomplex. Samen met Rijkswaterstaat zijn aannames en uitgangspunten afgestemd. Binnen twee maanden was de raming gereed en getoetst door een extern bureau, waardoor het projectteam een betrouwbaar financieel beeld had.
Selectie van kansrijke varianten
Uit de analyse van meer dan 25 opties werden drie kansrijke varianten geselecteerd, op basis van uitvoerbaarheid, risico’s en kosten.
Wil zorgt hierbij voor de interne kwaliteitsborging van de kostenramingen. Peer Groep levert daarnaast ramingen voor beheer- en onderhoudskosten en Rijkswaterstaatkosten. Zo heeft het team een compleet overzicht van de financiële gevolgen van elke optie.
Naar een besluit
Het project volgt het MIRT-proces, waarbij fasen deels parallel lopen en snelle afstemming belangrijk is. Wekelijkse overleggen en aanwezigheid op locatie helpen het team knelpunten tijdig te signaleren en financiële risico’s te beheersen.
Eind september 2026 wordt het voorkeursalternatief verwacht. Het project laat zien hoe technische complexiteit, samenwerking en kosteninzicht samenkomen in een grote infrastructuuropgave, waarbij Wil een ondersteunende en toezichthoudende functie heeft in het proces.